Regelmatig krijg ik de vraag; hoe maak je je foto's?
Hier een tipje van de sluier opgelicht.
Ieder wild dier heeft een 'vluchtafstand'. Die vluchtafstand wil zeggen dat je het dier tot op een bepaalde afstand kunt benaderen zonder dat hij of zij er vandoor gaat. Deze afstand is voor alle soorten verschillend. Ook telt mee of de dieren al aan mensen gewend zijn. De vogels in uw tuin zullen minder snel wegvliegen dan vogels in een bos. Ook zoogdieren reageren zo.
Om dieren in het wild te fotograferen zul je dus, of heel dichtbij moeten komen, of je moet je zo goed verschuilen dat ze je niet kunnen waarnemen.
Vaak wordt mij gezegd; maar je hebt toch een telelens?! Tja, een profvoetballer op een voetbalveld is met een telelens gemakkelijk in beeld te brengen. Een kleine vogel zoals bijv. een Mus of Meesje moet je met een 500mm telelens toch echt op een meter of 5-6 kunnen benaderen om er een behoorlijke foto van te kunnen maken. De meeste vogels zullen dus wegvliegen voordat je ze behoorlijk in beeld hebt.
Nu kun je verschillende tactieken gebruiken om toch tot goede resultaten te komen. Hier volgen enkele voorbeelden van hoe ik te werk ga:
In veel natuurgebieden zijn 'vaste schuilhutten' aanwezig. Dit zijn mooie gelegenheden om vanuit te fotograferen of te observeren. De vogels en dieren in de buurt zijn vaak al aan zo'n hut gewend geraakt zodat je regelmatig mooie plaatjes kunt schieten. Een nadeel van deze hutten is vaak dat andere bezoekers voor verstoring kunnen zorgen of dat het er te druk is. (Ik heb zelf al vele foto's gemaakt vanuit de hut de 'vogelknip' aan de Starrevaart in Leidschendam)
Een andere manier die veel gebruikt wordt is het fotograferen vanuit de auto. Dieren zien een auto niet echt als een bedreiging. Als je geen onverwachte bewegingen maakt kun je tot op redelijke afstand komen van veel vogels en zoogdieren. Ik gebruik deze techniek sporadisch en vind het geen echte natuurbeleving. Zelf ben ik liever lekker buiten in 't veld maar heb toch al vele goede resultaten gezien van mensen die wel zo te werk gaan.
Wat ik zelf erg graag doe is op zoek gaan naar plekken waar ik bepaalde soorten kan verwachten. Kijk wanneer de vogels er komen (foerageren / drinken) en of ik er dichtbij kan komen. Als ik mijn schuiltent ergens plaats, kijk ik naar de volgende zaken: Kan ik de ideale afstand bewaren / heb ik genoeg licht en hoe draait de zon / kan ik eventueel voer neerleggen en staat mijn tentje een beetje buiten het zichtsveld van voorbijgangers? Als dit allemaal klopt zul je toch meer voorbereidingen moeten treffen. De foto's op deze site van bijv. de Spechten, Gaaien en kleine zangvogels zijn meestal uit mijn tent gemaakt. Ik maak dan al dagen van tevoren voerplekken (iedere dag nieuw voer) en weet al hoe ik mijn tent ga plaatsen. Ook zorg ik ervoor dat ik de vogels mooi vrij op een plek krijg zodat je geen storende elementen zoals takken of paaltjes in beeld krijgt. Dan is het natuurlijk de kunst om de vogel te fotograferen zonder voer in het zicht. Dit is in de natuurfotografie 'not done'. Ik zorg vaak voor een 'landingsplek' waar de vogels eerst gaan zitten om de omgeving in zich op te nemen. Dit is dan een mooie kans om plaatjes te schieten. Bij de Spechten en Gaaien kwam ik voor andere problemen te staan. Ik voerde ze ongebrande pinda's maar deze werden direct meegenomen en ergens anders opgegeten. Nu rijg ik de pinda's aan een ijzerdraadje en kan deze mooi om een tak knopen. Als de Spechten en Gaaien eenmaal aan je voerplek gewend zijn, zullen ze steeds vaker de plek bezoeken. (zeker bij koud vriezend weer) Je kunt dan het voer zo verstoppen dat ze er meer moeite voor moeten doen om e.e.a. te bereiken, dit levert soms mooie houdingen op.
Af en toe kom ik op plekken waar het niet mogelijk is om mijn tent te plaatsen. In het open veld valt zo'n tentje natuurlijk erg op en soms moet je voor bepaalde foto's jezelf zo tussen de takken van bomen of struiken manouvreren dat er geen ruimte is voor een tent. In dit soort situaties maak ik gebruik van een camouflagenet of een zelfgemaakt windscherm van camouflagestof uit de legerdump. Ik heb de voorkant van mijn lens omwikkeld met camouflagestof zodat hij minder opvalt als deze door openingen van mijn tent of net steekt.
De foto's van de IJsvogel heb ik op deze manier gemaakt. Ik heb uren achter mijn net gezeten in de buurt van de plekken waar de vogel regelmatig zat. Maak geen geluid en geen te abrupte bewegingen met je lens anders is alle moeite voor niets geweest...
Steltlopers zijn vaak moeilijk te benaderen en als er geen goede plaats is voor mijn tent zoek ik een plek aan de rand van het gebied waar ze fourageren om onder mijn camoeflagenet te gaan liggen.(camera op bonenzak en zorg dat je niet tegen het zonlicht in fotografeerd)
Bij het fotograferen van de Snippen en Zwarte ruiters heb ik gebruik gemaakt van lokvogels. Jagers gebruiken deze om zo hun wild te lokken. Ik doe hetzelfde maar met een betere afloop... Ik gebruik hiervoor plastic Kievitten. De Kievit is een alerte weidevogel die enorm snel opvliegt als er gevaar dreigt. Zolang de Kievitten dus rondlopen of stilzitten, denken de andere vogels dat het er veilig is. Ik heb dus al meerdere steltlopers naast mijn plastic exemplaren gehad.